www.hypotheek-actueel.nl
Financiƫle informatie, links en rekenmodules
maandag 15 juni 2026

Bankbalansen

Een collega van me placht lang geleden te zeggen dat bankaandelen als belegging niet interessant waren. Want iedere keer als de koersen flink gestegen waren, kwamen de banken met een aandelenemissie om zo hun balansen weer te versterken. Voor de banken was dat goed, maar voor de belegger had die uitgifte van nieuwe aandelen tot gevolg dat de winst over meer aandelen moest worden uitgesmeerd: de bekende verwatering.

Beleggen in banken was vroeger zoiets als beleggen in nutsbedrijven. Je moest het niet hebben van de koerswinst, maar van het dividendrendement. Dat was hoog. Rendementen van 6 tot 8% waren geen uitzondering. Op je bankaandeel kreeg je meer dividend dan de staat aan rente op zijn staatsleningen betaalde. De koersontwikkeling van bankaandelen was op zijn best matig te noemen, maar het hoge dividend maakte dat weer goed.

Om de zoveel tijd moet een bank naar de markt om nieuw aandelenkapitaal, dus nieuw eigen vermogen op te halen. Zou hij dat niet doen, dan zouden de uitzettingen op enig moment ook niet meer kunnen toenemen, omdat tegenover die uitzettingen aan de linkerkant van de balans, te weinig eigen vermogen op de rechterkant van de balans zou staan. Dat eigen vermogen is de buffer die de bank nodig heeft om tegenvallers op te kunnen vangen.

De verhouding tussen uitzettingen en eigen vermogen wordt ’leverage’ of ’hefboomeffect’ genoemd. De leverage is het aantal malen dat een bank zijn eigen vermogen heeft uitgeleend. Voor de Tweede Wereldoorlog was de leverage van Nederlandse banken gemiddeld 4. Ze hadden dus een balans, met aan de rechterkant 75% vreemd vermogen (leningen, deposito’s, spaargelden) en 25% eigen vermogen. In de jaren vijftig was de leverage al verdubbeld tot 8.

Het bankentoezicht, geregeld in de Bankenwet van 1948, en de gedachte dat de overheid wel als vangnet zou fungeren, mochten banken in de problemen komen, waren aanleiding voor banken om steeds minder eigen vermogen aan te houden. Natuurlijk vonden aandelenemissies plaats, maar de leverage van banken nam steeds meer toe: van 8 in de jaren vijftig, naar 10 in de jaren zestig en 20 in de jaren zeventig. Toen hadden de banken gemiddeld 5% eigen vermogen.

Na de recessie van 1980/82 werden de balansen wat versterkt, maar in de jaren daarna ging het leveragingproces gewoon door. In het afgelopen decennium hadden Nederlandse banken nog maar 3% eigen vermogen, en bedroeg de leverage dus meer dan 30. Nederlandse banken waren daarmee zeer kwetsbaar, niet alleen vergeleken met hun Europese collega’s (leverage 20), maar ook met Amerikaanse commerciële banken (leverage 10).

De grote opgave waarvoor westerse economieën staan, is de noodzaak van ’deleveraging’. In het Nederlands: de balansen zullen weer versterkt moeten worden. Die balansen zijn steeds verder opgerekt om de winst per aandeel maar te laten toenemen. Omdat de rente op geleend vermogen laag was en de bonussen gekoppeld waren aan de winst per aandeel, hadden bestuurders ook een belang bij veel leverage. Waar dat toe leidde, weten we inmiddels. We moeten weer terug naar de tijd dat beleggers kunnen klagen over alweer een aandelenemissie van hun bank.

Voor u geselecteerd uit de media:
Hoe weet je dat je niet te veel voor een woning betaalt? Volg De Gouden Tips voor het kopen van een woning
De Gouden Aankooptips! Hoe weet je dat je niet te veel voor een woning betaalt? Volg De Gouden Tips voor het kopen van een woning